FAQ  EDS en W-DEQ

Beste professionele gebruiker,

In de Mind2Care zijn twee, door andere onderzoekers ontwikkelde, internationaal veel gebruikte en alom gewaardeerde, psychiatrische vragenlijsten opgenomen:

1.       De Edinburgh (Postpartum) Depression Scale (E(P)DS)
2.       De Wijma Delivery Expectancy Scale (W-DEQ)

Algemeen geldt dat een psychiatrische vragenlijst wel een belangrijk screenend of diagnosticerend hulpmiddel kan zijn, maar NOOIT een formele patiënt evaluatie door een zorgprofessional kan en mag vervangen. Als routine screenvragenlijst presteren dergelijke lijsten doorgaans gemiddeld beter tot veel beter dan professionals  die screenen, vooral omdat ze minder gevoelig zijn voor inter-persoonlijke interacties en vooroordelen. Tegelijk is die ongevoeligheid een belemmering om de 'echte' zorgverlener te vervangen. Men kan aannemen dat de combinatie van eerst screenen met een tool zoals Mind2Care gevolgd door een shared decision making situatie met de professional, het beste van twee werelden combineert.

De Stichting Mind2Care zal in de toekomst (doen) onderzoeken of de gekozen drempels voor advies (10 bij EDS, 85 bij W-DEQ) naar behoren functioneren. Verder zal gezocht worden naar manieren om de vragenlijst last te beperken, d.w.z. naar methoden om hetzelfde te bereiken met minder of nog eenvoudiger vragen.

1.       De Edinburgh (Postpartum) Depression Scale (E(P)DS)

De EDS is een zelfrapportage vragenlijst, bestaande uit 10 vragen waarin gevraagd wordt hoe de vrouw zich in de afgelopen 7 dagen heeft gevoeld. De lijst inclusief de scoring en de scoringsdrempels is gevalideerd voor gebruik tijdens en na de bevalling. De lijst screent voornamelijk op depressie in de zwangerschap en postpartum, maar neemt ook angstklachten mee - dat wordt veroorzaakt door het feit dat bij sommige depressies angst en gejaagdheid prominent aanwezig zijn.
Anders dan bij andere screeningsvragenlijsten naar depressie wordt in de EDS niet gevraagd naar lichamelijke symptomen die ook door een vroege zwangerschap kunnen worden veroorzaakt (Pop et al, 1992; Bunevicius et al, 2009).  Een score van 10 of hoger duidt op een verhoogde kans op depressie. Een score van12 of hoger is een sterke aanwijzing voor het bestaan van een klinische depressie (Cox et al, 1996). Een zodanig verhoogde score is een onomstreden criterium om te verwijzen naar een psychiater om deze te laten beoordelen of er inderdaad sprake is van een klinische depressie.

In de Mind2Care summary wordt een score vanaf 10 als ‘hoog’ afgegeven in de summary. Het is dan belangrijk dat de zwangere met een professional in gesprek gaat. De kernvragen zijn daarbij of a. de professional kan bevestigen dat er een depressieve tendens is (correcte vraaginvulling), of b. de vrouw eerdere ervaringen heeft  met de situatie en evt met therapeutische opties, en c. in het licht van a. en b. of zij verwezen wil worden naar het daarvoor in de regio afgesproken zorgtraject. In de meeste regio’s wordt dan verwezen naar de POP-poli waar een psychiater de diagnose depressie kan stellen of verwerpen.  Het exacte traject wordt per VSV in de Mind2Care tool ingeprogrammeerd.

Eén van de tien EDS items gaat over het al dan niet hebben van suïcidale gedachten. Als een vrouw aangeeft dat ze regelmatig aan suïcide denkt wordt dit apart in de summary aangegeven, omdat dit een alarm symptoom is en reden voor urgente, eventueel begeleide, verwijzing naar een psychiater.

Literatuur:

1.       Pop VJ. Hoofdstuk 3 Depressie. In: Lambregtse-van den Berg et al, editors. Handboek Psychiatrie en Zwangerschap. De Tijdstroom, Utrecht, 2015; pp 37-45

2.       Pop VJ, Komproe IH, van Son MJ. Characteristics of the Edinburgh Post Natal Depression Scale in The Netherlands. J Affect Disord. 1992;26(2):105-10

3.       Bunevicius A, Kusminskas L, Pop VJ, Pedersen CA, Bunevicius R. Screening for antenatal depression with the Edinburgh Depression Scale. J Psychosom Obstet Gynaecol. 2009;30(4):238-43

4.       Cox JL, Chapman G, Murray D, Jones P. Validation of the Edinburgh Postnatal Depression Scale (EPDS) in non-postnatal women. J Affect Disord. 1996;39(3):185-9

 

2.       De Wijma Delivery Expectancy Scale (W-DEQ)

In de Mind2Care wordt angst voor de bevalling met een vragenlijst gepeild. Met het gekozen instrument komt angst voor de bevalling voor bij 6-10% van alle zwangeren (Wijma&Wijma, 2017). Vrouwen met hevige angst voor de bevalling hebben een verhoogde kans op verschillende complicaties, zoals vroeggeboorte, zwangerschapshypertensie, pre-eclampsie, laag geboortegewicht, spoed keizersnede, behoefte aan pijnmedicatie tijdens de baring, langdurige baring, posttraumatisch stress syndroom en postpartum depressie. De bevallingsangst is hierbij niet in eerste instantie gedacht als oorzaak, of intermediair, maar wel als indicator waar de zorg op kan inspelen.

Om te zien of er mogelijk sprake is van angst voor de bevalling wordt in de Mind2Care eerst een enkele vraag gesteld over hoe de vrouw tegen de bevalling aan kijkt. Dit is een zgn. triage vraag die als doel heeft niet iedere vrouw bloot te stellen aan de lange en soms niet eenvoudige W-DEQ vragenlijst. De triage vraag is een 10 puntschaal van ‘ik heb er heel erg veel zin in’ [0 punten] tot ‘ik zie er heel erg tegenop’ [10 punten]. Als de vrouw onder de 5 punten scoort, krijgt ze geen nieuwe vraag.

Als de vrouw een 5 of hoger scoort, dan vervolgt de Mind2Care met de W-DEQ om met meer zekerheid  angst voor de bevalling te meten. De W-DEQ vragenlijst bestaat uit 33 vragen met een 6 punts schaal: van ‘helemaal niet’ tot ‘heel erg’.  Deze vragenlijst is internationaal gevalideerd wat betreft de samenhang (Wijma et al, 1998, Zar et al, 2001 en Wijma & Wijma 2017). Een score van 85 of hoger wordt beschouwd als ‘ernstige angst voor de bevalling’ (Zar et al, 2001) en een score vanaf 100 wordt beschouwd als ‘fobische angst voor de bevalling’.

In de summary van de Mind2Care wordt de score ‘hoog’ afgegeven als er een score van 85 of hoger is. Het is dan belangrijk dat de zwangere met een professional in gesprek gaat. Er kan dan een goede reden blijken zijn voor verwijzing naar een gespecialiseerde zorgverlener voor angst voor de bevalling, zoals een psycholoog. Een voorbeeld van ketenzorg voor zwangeren met angst voor de bevalling wordt in deze flyer beschreven. Momenteel wordt onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de EMDR behandeling bij vrouwen met angst voor de bevalling in de Optimum studie.  

Literatuur:

1.       Wijma K, Wijma B, Zar M. Psychometric aspects of the W-DEQ; a new questionnaire for the measurement of fear of childbirth. J Psychosom Obstet Gynaecol. 1998;19(2):84-97.

2.       Zar M, Wijma K, Wijma B. Evaluation of the Wijma Delivery Expectancy/Experience (W-DEQ) as a diagnostic test for disabling fear of childbirth. In: Zar M, editor. Diagnostic aspects of fear of childbirth. Volume Fifth Article, edn. Linköping: Linköping University; 2001.

3.       Wijma K, Wijma B. A woman afraid to deliver – how to manage childbirth anxiety, Chapter 1. In: Paarlberg KM, van de Wiel, H.B.M., editosr. Biopsychosocial obstetrics and gynaecology. Switzerland: Springer International Publishing; 2017.

Opgesteld door mw. dr. K. Marieke Paarlberg
april 2018